«

»

Delftse Jihad Jordi veroordeeld voor deelname gewapende strijd

jihad_jordi_de_groot_delft

Jordi de Jong voor de Sultan Ahmed moskee in Delft.

In de grote rechtszaak tegen negen verdachten zat ook de Delftse jihadstrijder Jordi de Groot.

In mei 2013 zocht Jordi de Groot (Abu Moussa) vol bravoure het nieuws over zijn heldenoptreden in Syrië tegen het regime van Assad.

Ik vroeg ik burgemeester Bas Verkerk deze terugkeerder direct te arresteren en te ondervragen.

Maar nee Bas Verkerk liet hem gewoon rondlopen en Forum radicaliseringsexpert Halim el Madkouri enkel bellen.

Alleen nam Jordi de telefoon niet op. Met zijn slappe aanpak nam burgemeester bas Verkerk vanaf het begin af aan Jihad Jordi in bescherming.

Nu blijkt dat het OM pas meer dan één jaar later op 30 september 2014 Jordi de Jong arresteerde. Al die tijd liep hij vrij rond. Nu blijkt ten onrechte. Jordi de Jong is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 155 dagen, gelijk aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, en daarnaast zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.

jihad_jordi_mei_2013_delftIn het psychiatrisch rapport staat dat de psychiater adviseert Jordi de Jong verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Het grootste risico op herhaling bij Jordi ligt in zijn grote beïnvloedbaarheid, zijn sterke behoefte aan houvast en duidelijkheid met duidelijke leefregels, en zijn gebrekkige maatschappelijke inbedding, alsmede de neiging obsessies te ontwikkelen.

Daarom wordt een ambulante behandeling geadviseerd door een coach met kennis van van autisme spectrum stoornis problematiek. Dat past precies bij het beeld uit een onderzoek naar 1000 Europese jihadstrijders waar gesteld wordt dat 40% van hen een psychisch verleden heeft. Dat maakt het juist stuitender dat deze beïnvloedbare tijdbom na terugkomst  gewoon zijn eigen gang kon gaan.

Met zijn softe aanpak heeft burgemeester Verkerk grote risico’s genomen. Delft was drie jaar geleden een broeinest van vele Jihadstrijders. Of dat nog zo is houdt Bas Verkerk met steun van de rest van de gemeenteraad geheim. De privacy van de terugkeerder vindt de burgemeester belangrijker dan onze veiligheid.

Ik vind nog steeds dat teruggekeerde Jihadisten allemaal direct gearresteerd moeten worden en in afwachting van het onderzoek naar strafbare feiten in hechtenis moeten blijven. Dat onderzoek in Syrië of Irak is onmogelijk of langdurig wegens de voortdurende oorlog. Dat is het risico dat Hollandse vertrekkers/strijders naar die oorlogsgebieden nemen.

Jan Peter de Wit


 

Uitspraak voor zover deze betrekking heeft op Jordi de Groot alias Jihad Jordi of Abu Moussa Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-12-2015

Datum publicatie 11-12-2015

Zaaknummer (09/842489-14) ,(09/767038-14 en 09/767313-14),(09/767174-13 en 09/765004-15), (09/767146-14), (09/767256-14), (09767238-14 en 09/827053-15), (09/767237-14), (09/765002-15), (09/767077-14)

Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – meervoudig Inhoudsindicatie Tot 6 jaar celstraf voor deelnemers criminele terroristische organisatie

De rechtbank Den Haag heeft alle 9 verdachten – 8 mannen en 1 vrouw – in de zogenoemde Context-zaak veroordeeld tot celstraffen oplopend tot 6 jaar.

Criminele organisatie met terroristisch oogmerk 6 van de mannen zijn veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk. Ze krijgen hiervoor celstraffen variërend van 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk tot 6 jaar. 2 van de mannen zijn volgens de rechtbank meelopers. Een van hen wordt veroordeeld voor opruiing tot 43 dagen celstraf, plus 2 maanden voorwaardelijk.

De ander die voor een zeer korte periode heeft deelgenomen aan een Syrisch trainingskamp krijgt 55 dagen celstraf, plus 6 maanden voorwaardelijk. De vrouw heeft geen deel uitgemaakt van de organisatie. Zij wordt veroordeeld voor één opruiende retweet tot 7 dagen celstraf. Haagse ronselorganisatie De rechtbank stelt voorop dat concrete gedragingen strafbaar zijn en niet het gedachtengoed van de verdachten. Volgens de rechtbank maken de 6 verdachten deel uit van een Haagse ronselorganisatie die zich bezighield met het opruien en ronselen en het faciliteren en financieren van jongeren die naar Syrië wilden afreizen om te gaan vechten.

Van de 6 mannen nemen 2 tot op heden deel aan de gewapende strijd in Syrië, een 3e man is daarvan teruggekeerd in Nederland. Aan 2 van de mannen zijn hogere straffen opgelegd dan door het Openbaar Ministerie (OM) werd geëist.

Een van de Syriëgangers kreeg dezelfde straf als geëist. De anderen kregen lagere straffen, omdat hun rol kleiner was dan door het OM werd gesteld en ze van een aantal feiten zijn vrijgesproken. Vindplaatsen Rechtspraak.nl 2 De beschuldigingen 2.1 Wat de verdachten wordt verweten is omschreven in de (gewijzigde) tenlasteleggingen, welke als bijlagen A 1 t/m 12 onderdeel uitmaken van dit vonnis. De beschuldigingen komen kort gezegd op het volgende neer: Voorbereiding en/of-Ten aanzien van Jordi de Jong (09/767256-14) vergemakkelijking van terroristisch misdrijven door deel te nemen aan training ten behoeve van de gewapende jihadstrijd in Syrië; Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven en/of Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft- Rechtsmacht 3.1 Alle verdachten worden ervan-het plegen van misdrijven. beschuldigd deel te hebben uitgemaakt van een (terroristische) criminele organisatie. De tenlasteleggingen noemen als pleegplaatsen daarvan steeds “Den Haag en/of elders in Nederland en/of te Irak en/of te Syrië”. 4 Het onderzoek

Het politieonderzoek Jordi de Jong werd op 30 september 2014 aangehouden en in verzekering gesteld. Op 3 oktober 2014 werd zijn bewaring bevolen. Op 16 oktober 2014 werd zijn gevangenhouding bevolen en geschorst door de raadkamer gevangenhouding van de rechtbank. Deze schorsing van de voorlopige hechtenis werd op 3 februari 2015 door dezelfde raadkamer opgeheven omdat Jordi de Jong zich niet aan de gestelde voorwaarden had gehouden. De voorlopige hechtenis werd op 22 juni 2015 wederom geschorst, dit keer door de raadkamer gevangenhouding van het gerechtshof; Het onderzoek door de rechter-commissaris 4.28

Bij verdachte Jordi de Jong komen de officieren van justitie tot een bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen ten behoeve van het plegen van terroristische misdrijven ex art 134a Sr en deelname aan de criminele en terroristische organisatie. Volgens de officieren van justitie heeft Jordi de Jong gedurende twee kortere periodes deelgenomen aan de organisatie, is hij daadwerkelijk afgereisd naar het strijdgebied om zichzelf te trainen voor de strijd, neemt hij hierover een leugenachtige houding aan op zitting en is hij verminderd toerekeningsvatbaar.

Zij vorderen de gevangenisstraf voor een aanzienlijk deel voorwaardelijk op te leggen, mede omdat op deze wijze uitvoering kan worden gegeven aan het uitgebreide behandelplan van de reclassering. Zij concluderen tot een gevangenisstraf van drie jaren waarvan één jaar voorwaardelijk, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en het NIFP, alsmede opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij uitspraak. 9 Overige niet-ontvankelijkheidsverweren Toezegging omtrent uitblijven vervolging? (Jordi de Jong) 9.1

Door de verdediging van Jordi de Jong is aangevoerd dat het Openbaar Ministerie het recht om Jordi de Jong te vervolgen heeft verspeeld en het daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in die vervolging. Meer in het bijzonder is daartoe betoogd dat Jordi de Jong na zijn terugkeer uit Syrië contact heeft gehad met medewerkers van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en dat door de aard, de omvang en de inhoud van die contacten bij hem het vertrouwen is gewekt dat er geen strafvervolging zou worden ingezet.

Dit valt het Openbaar Ministerie volgens de verdediging toe te rekenen. 9.2 De officieren van justitie hebben in reactie hierop betoogd dat (a) niet is vastgesteld dat Jordi de Jong daadwerkelijk contact heeft gehad met medewerkers van de AIVD en (b) dat hij, indien zulk contact er wel is geweest, daaraan geen gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat hij niet zou worden vervolgd. Niet-ontvankelijkverklaring is volgens de officieren van justitie alleen op zijn plaats in geval het gaat om vertrouwen dat voorkomt uit uitlatingen die aan het Openbaar Ministerie zijn toe te rekenen. Het Openbaar Ministerie opereert, aldus de officieren van justitie, onafhankelijk van de AIVD en deze dienst is ook niet nauw gelieerd aan het Openbaar Ministerie. 9.3 De rechtbank overweegt als volgt. 9.4 Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad100 dat een vervolging door het Openbaar Ministerie onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet nadat door het Openbaar Ministerie gedane, of aan het Openbaar Ministerie toe te rekenen, uitlatingen (of daarmee gelijk te stellen gedragingen) bij de verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen hebben gewekt dat hij niet of niet verder zal worden vervolgd. 9.5 De rechtbank acht, gelet op hetgeen Jordi de Jong (achter gesloten deuren) heeft verklaard, aannemelijk dat hij, nadat hij uit Syrië was teruggekeerd, contact heeft onderhouden met de AIVD. Uit zijn verklaringen kan echter niet worden afgeleid dat door medewerkers van die dienst bij gelegenheid van die contacten een uitdrukkelijke en onvoorwaardelijke toezegging is gedaan dat strafvervolging achterwege zou blijven.

Dit is ook overigens niet gebleken. Het is ook niet aannemelijk geworden dat de medewerkers van de AIVD zich jegens Jordi de Jong zodanig hebben gedragen dan wel jegens hem zodanige uitlatingen hebben gedaan, dat Jordi de Jong er niettemin, gerechtvaardigd, op mocht vertrouwen dat hij niet vervolgd zou worden. De door de verdediging aangehaalde opmerking ‘jij helpt niet alleen ons, wij helpen ook jou’ is in dit verband onvoldoende, nu het verlenen van hulp aan Jordi de Jong niet zonder meer kan worden opgevat als dat ervoor zou worden gezorgd dat hij niet zou worden vervolgd.

De rechtbank acht overigens wel plausibel dat Jordi de Jong in de veronderstelling is komen te verkeren dat strafvervolging zou uitblijven, maar dit doet aan het vorenstaande niet af. Het verweer faalt reeds hierom. 9.6 Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat, zelfs als zou het voorgaande anders zijn, dit de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie niet raakt. De AIVD opereert onafhankelijk van het Openbaar Ministerie en is geen dienst die met (het nemen van) vervolging(sbeslissingen) is belast. 9.7 De stelling van de verdediging dat de officieren van justitie in hun repliek hebben erkend dat een toezegging van de AIVD aan het Openbaar Ministerie kan worden toegerekend, volgt de rechtbank niet. In hun repliek hebben de officieren van justitie het volgende naar voren gebracht: Indien wij op de hoogte waren geweest van een vermeende toezegging dan wel vermeend gerechtvaardigd vertrouwen op niet-vervolging, waren wij – uiteraard – niet overgegaan tot aanhouding en voorlopige hechtenis. 9.8

De rechtbank begrijpt deze uitlating van de officieren van justitie aldus dat zij hebben willen aangeven dat als er sprake zou zijn geweest van een toezegging of uitlatingen of gedragingen die als zodanig konden worden opgevat, het Openbaar Ministerie Jordi de Jong wél zou hebben vervolgd, maar geen dwangmiddelen zou hebben ingezet. 9.9 De rechtbank merkt ten slotte nog op dat zij bij de overwegingen omtrent de strafmaat op de contacten van Jordi de Jong met medewerkers van de AIVD zal terugkomen. 10.10 De Koning rekent met een flink voorbehoud ook Jordi de Jong voor diens vertrek naar Syrië tot de ‘outer circle’ van de groep.128

Hij heeft niet verklaard over de opvattingen van Jordi de Jong over de gewapende jihadstrijd in Syrië. Ook overigens bevat het dossier hierover niets concreets. De rechtbank verwijst hier nog naar hoofdstuk 16 van dit vonnis waarin zij gemotiveerd zal uiteen zetten waarom zij onvoldoende bewijs aanwezig acht dat Jordi de Jong zich voor zijn vertrek naar Syrië ‘het radicaal extremistische gedachtegoed van de gewapende jihadstrijd’ heeft eigen gemaakt. 16. Deelneming aan training voor terroristische misdrijven, zoals ten laste gelegd (Jordi de Jong) 16.1 Aan Jordi de Jong wordt – kort gezegd – verweten dat hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 9 mei 2013 in Nederland en in Syrië kennis en/of vaardigheden heeft verworven tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf. Jordi de Jong zou dit volgens de steller van de tenlastelegging als volgt hebben gedaan: · – a) door een reis naar Mekka (Saoedi Arabië) te maken om zich voor te bereiden op de gewelddadige jihad en/of · – b) door zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende jihadstrijd met een terroristisch oogmerk eigen te maken en/of · – c) door zich te laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of · – d) door deel te nemen aan een trainingskamp ten behoeve van de gewapende jihadstrijd in Syrië. 16.2

De officieren van justitie stellen zich op het standpunt dat het tenlastegelegde in zijn geheel bewezen kan worden. Door de verdediging is betoogd dat voor het tenlastegelegde onvoldoende bewijs in het dossier kan worden gevonden, reden waarom volgens de verdediging algehele vrijspraak moet volgen. 16.3 De rechtbank overweegt als volgt. 16.4

Niet ter discussie staat dat Jordi de Jong, die de kunya ‘Abou Moussa’ gebruikt, enige tijd in Syrië heeft verbleven. Op 16 februari 2013 is hij, samen met Betrokkene 14, naar dat land vertrokken en op 27 april 2013 is hij weer teruggekeerd in Nederland.424 In debat is (de kwalificatie van) wat zich heeft voorgedaan voorafgaand aan het vertrek naar Syrië en in Syrië. 16.5 Ad (a) Uit het dossier blijkt dat Jordi de Jong in oktober/november 2012 op hadj (bedevaart) in – onder meer – Mekka en Medina (Saoedi Arabië) is geweest.

Vanzelfsprekend is deelname aan de hadj niet strafbaar. Het dossier bevat geen bewijs dat Jordi de Jong zich tijdens zijn hadj heeft voorbereid op de gewelddadige jihad. De rechtbank spreekt Jordi de Jong dan ook vrij van dit onderdeel van de tenlastelegging (nog daargelaten dat Saoedi Arabië in de tenlastelegging niet wordt genoemd als plaats waar de tenlastegelegde feiten (mede) zouden zijn gepleegd). 16.6 Ad (b)

De rechtbank begrijpt het onder b) tenlastegelegde aldus dat hiermee wordt gedoeld op de periode voorafgaand aan het vertrek van Jordi de Jong naar Syrië. Naar het oordeel van de rechtbank veronderstelt het zich eigen maken van een gedachtegoed dat iemand in een bepaalde periode de fundamentele en elementaire denkbeelden, ideeën en principes van een dergelijk gedachtegoed tot zich neemt en onderschrijft. Uit het dossier komt naar voren dat Jordi de Jong in de periode voorafgaand aan zijn vertrek naar Syrië, met name in gesprekken met geloofsgenoten, weliswaar met enige regelmaat is geconfronteerd met elementen van een gedachtegoed dat als radicaal betiteld zou kunnen worden425, maar dit is, gelet op hetgeen de rechtbank verstaat onder ‘het zich eigen maken van een gedachtegoed’, onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het onder (b) tenlastegelegde te komen. In zoverre moet dus eveneens vrijspraak volgen. Gelet hierop kan onbesproken worden gelaten of het zich eigen maken van een gedachtegoed als in de tenlastelegging genoemd kan gelden als het verwerven van kennis tot het plegen, voorbereiden of vergemakkelijken van terrorisme. 16.7 Ad (c)

Ter terechtzitting heeft Jordi de Jong verklaard dat hij, voordat hij naar Syrië vertrok, met zijn reisgenoot Betrokkene 14 heeft gesproken over ‘hoe je in Syrië moet komen’. Verder heeft hij, ook ter terechtzitting, verklaard in Nederland van Betrokkene 15 een briefje te hebben gekregen met daarop een Syrisch telefoonnummer en een beschrijving van de ‘beste’ route naar Syrië. De op het briefje beschreven route heeft Jordi de Jong gevolgd en met genoemd telefoonnummer heeft Jordi de Jong, toen hij in het zuiden van Turkije was gearriveerd, contact gezocht, waarna Jordi de Jong, samen met Betrokkene 14, door een smokkelaar over de grens van Turkije met Syrië is gebracht.426 16.8 Jordi de Jong heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in Syrië humanitaire hulp wilde gaan verlenen en dat hij met dat doel naar Syrië is afgereisd. De rechtbank acht dit echter niet geloofwaardig. Bewezen kan worden dat Jordi de Jong al in Nederland de intentie had om de door hem alhier verworven informatie te gebruiken om naar het strijdgebied in Syrië af te reizen en daar aan de strijd te gaan deelnemen. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. 16.9 Ter terechtzitting heeft Jordi de Jong verklaard dat voorafgaand aan zijn vertrek naar Syrië diverse geloofsgenoten in Nederland in gesprekken met hem de indruk wekten dat het verplicht was om naar dat land te vertrekken om aldaar voor de moslimbroeders en -zusters op te komen; één van de aan hem gepresenteerde manieren om dit te gaan doen was volgens Jordi de Jong om aan de gewapende strijd te gaan deelnemen.

Jordi de Jong heeft ook verklaard dat bevriende broeders die naar Syrië vertrokken, onder wie Betrokkene 15, daar naar toe gingen om te vechten en dat hij in die tijd niemand kende die naar Syrië was gegaan om daar humanitaire hulp te gaan verlenen.427 In de kringen waarin Jordi de Jong destijds verkeerde lag de focus op de militaire jihad met als doel het vestigen van de heerschappij en de wetten van Allah en was men van mening dat de verplichting tot het voeren van de (militaire) jihad geldt voor alle moslims in de wereld (zie hierboven in hoofdstuk 8).428 Ter terechtzitting heeft De Koning ook verklaard dat de mannen die naar Syrië vertrekken, meestal betrokken raken bij gevechten.429 16.10 Van belang is verder de brief die Jordi de Jong in mei 2013 naar de NOS heeft gestuurd. Volgens de NOS schreef hij in die brief tot de conclusie te zijn gekomen, na gesprekken met zijn vrienden en het bekijken van filmpjes op Youtube, ‘dat hij moest helpen om president Assad te verdrijven, om daarna te kunnen helpen met het land op te bouwen’.430 Het woord ‘verdrijven’ duidt naar het oordeel van de rechtbank op ‘strijden’; met het verlenen van humanitaire hulp verdrijft men nu eenmaal niet een brute heerser. De hierna nog te bespreken verklaring van Betrokkene 16 biedt hier ook steun aan. 16.11

Hetgeen ook afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van Jordi de Jong op dit punt is dat hij zich nauwelijks heeft verdiept in wat zijn humanitaire hulp in Syrië zou moeten gaan inhouden en hoe hij dat in goede banen zou moeten gaan leiden. Weinig geloofwaardig is ook dat Jordi de Jong niets heeft kunnen verklaren over de intenties en plannen van zijn reisgenoot Betrokkene 14.431 16.12 Ad (d) Ter terechtzitting heeft Jordi de Jong verklaard dat hij na aankomst in Syrië twee of drie dagen in een villa nabij Bab Al-Hawa heeft verbleven en dat hij vervolgens is overgebracht naar een trainingskamp in Sheikh Suleiman. In het kamp werden ideologische lessen gegeven en ook ‘vechttraining’. Jordi de Jong heeft verklaard dat hij de ideologische lessen heeft gevolgd, maar dat hij zich, door een blessure aan zijn enkel voor te wenden, aan deelname aan de vechttraining heeft weten te onttrekken.

Omdat hij onwillig was om te trainen en om die reden als spion werd aangemerkt is hij, aldus Jordi de Jong, na vijf of zes dagen naar een andere plaats, waar de gewapende strijd volop woedde, overgebracht en aldaar heeft hij tot zijn vertrek naar Nederland verbleven. Jordi de Jong is daar ook getuige geweest van de begrafenis van de Nederlandse strijder Betrokkene 5.432 16.13

Getuige 2 heeft verklaard dat hij Jordi de Jong heeft ontmoet in een trainingskamp van de strijdgroep Majlis Shura Mujahedeen in Sheikh Suleiman, welke strijdgroep volgens Getuige 2 onder leiding stond van ‘Abu Aseer’. Getuige 2 arriveerde, aldus zijn verklaring, op 23 februari 2013 in dit kamp. Getuige 2 heeft Jordi de Jong herkend op een aan hem getoonde foto. Hij kent hem als ‘Abu Moussa’. In het trainingskamp, dat volgens Getuige 2 verplicht was voor een ieder die binnenkwam bij Majlis Shura Mujahedeen, werden militaire, fysieke en religieuze trainingen gegeven. Alle personen die hij op foto’s had herkend, hebben, aldus Getuige 2, in het trainingskamp in Sheikh Suleiman alle soorten militaire training gevolgd. Jordi de Jong trainde [cursivering rechtbank] in het trainingskamp tegen zijn zin, zo verklaart Getuige 2 ook.433 Getuige 2 heeft ook de reisgenoot van Jordi de Jong, Betrokkene 14 (die hij kent als ‘Abu Mohamed’), op een foto herkend. Betrokkene 14 verbleef ook in genoemd trainingskamp en heeft daar ook militaire training ondergaan, aldus Getuige 2.434 16.14 De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verklaringen van Getuige 2 op het punt van de gestelde deelname van Jordi de Jong aan militaire training, niet onduidelijk of te algemeen zijn. Uit die verklaringen kan ook niet worden afgeleid, zoals de verdediging ook heeft betoogd, dat de waarnemingen van Getuige 2, als het gaat om de activiteiten van Jordi de Jong, beperkt waren omdat hij, Getuige 2, in het trainingskamp gedetineerd zat. De rechtbank zal de verklaringen van Getuige 2 dan ook bezigen voor het bewijs. Hierbij heeft de rechtbank ook nog het volgende meegewogen. 16.15 In de periode waarin Jordi de Jong in Syrië verbleef, was aldaar, voornamelijk in de regio Aleppo (en Sheikh Suleiman ligt in die regio), een strijdgroep genaamd ‘Mujahideen Shura Council’ (ook wel: ‘Shura Council of the Islamic State’) actief. Deze strijdgroep werd in die tijd betiteld als ‘a small extremist jihadi-salafi network’ en is, toen de leiding werd overgenomen door ‘Betrokkene 32’, op enig moment een subgroep van ISIL geworden. De strijdgroep werd grotendeels gevormd door buitenlandse strijders en ‘expat-Syriërs’ en was in maart 2013 betrokken bij de slag bij Betrokkene 52 Toman, waarbij de hiervoor genoemde Betrokkene 5 is omgekomen. Na de slag bij Betrokkene 52 Toman heeft Betrokkene 32 in een videoboodschap het belang van training benadrukt.435 Een en ander biedt steun aan hetgeen Getuige 2 heeft verklaard. 16.16 Ook Getuige 1 heeft (toen hij zelf nog verdachte was én als getuige) verklaringen over Jordi de Jong afgelegd. Wat deze verklaringen betreft, verwijst de rechtbank allereerst naar hetgeen zij hiervoor in zijn algemeenheid over (de betrouwbaarheid) daarvan heeft overwogen. Kort gezegd komt dit er op neer dat de verklaringen die Getuige 1 in januari 2014 bij de politie heeft afgelegd betrouwbaar moeten worden geacht, maar dat dit niet geldt voor zijn verklaringen zoals afgelegd bij de politie in augustus 2014 en ten overstaan van de rechter-commissaris in februari 2015. 16.17 Getuige 1 heeft op 15 januari 2014 het volgende verklaard (V1 is verbalisant 1, V2 is verbalisant 2 en AS is Getuige 1): V1: Heb je wel eens jongens gesproken die teruggekomen zijn? Of meisjes? AS: Eh teruggekomen? V1: Ja. AS: Eh Jordi de Jong. V1: Heb je met hem d’r wel eens over gehad? AS: Hij heeft niet gezegd eh over de route, maar hij heeft wel gezegd hoe het daar is. V1: Oké. Wat vertelde ie daarover? AS: Hij hij vertelde van de, hoe de trainingskamp is. Eh hij vertelde meer over eh die moeilijkheden. Of je daar in de winter, als je in de bergen ben, dat je in een tent moet slapen. Eh eh dat, dat je gewoon niet eh genoeg goede training krijgt en dergelijke. Hij heeft nooit gest, hij zegt dat ie nooit heeft gestreden. Hij was nooit in de vlucht eh sorry in de trainingskamp. V1: Mm, mm. AS: En eh hij had me een keertje ook verteld eh hoe het allemaal gaat als er een bom neervalt, dan eh is een bom met zoveel scherven d’r uit komen. En eh nou.. V1: Wat heeft hij verteld over de trainingskampen dan? AS: … en eh van eh dat je genoeg traint. Hoe je moet schieten. V1: Mm, mm. AS: Eh en hem eh gewoon een beetje cool eh, cool eh, hoe heet dat, een beetje, hoe zeg je dat? Een lichaam, nee niet de lichaam, conditie trainen. V1: Conditietraining. AS: Gewoon conditie trainen, leren schieten eh ja, gewoon zulke dingen. V2: Mm. V1: En wie geeft die trainingen dan? AS: Hij zei een man uit en het was een Syrische man. V1: Mm, mm. AS: Maar hij heeft geen naam tuurlijk. Hij zei een Syrische man. Want hij zei tegen mij van eh de, ik had een foutje gedaan en eh die Syrische man schelde met opeens eh uit in het Syrisch. Zeg maar: hoe ken, ga je dan met hem in contact als hij Syrisch is en jij Nederlander zijn? Hij zei, hij zegt: vertaalt iemand in de kamp. V1: Zijn daar vertalers? (…) AS: Eh vertalers, ja. V1: Oké. Maar dat kamp, die kampen is allemaal in Syrië? AS: Ja, allemaal in Syrië. V1: Hoe lang heeft hij in zo’n kamp gezeten? AS: Eh hij was misschien, effe kijken, hij was in eh mei gegaan, of in februari sorry…. V1: mm, mm. AS: … is die in de zomer, of in mei teruggekomen. V1: En al die tijd heeft ie in zo’n kamp gezeten? AS: Eh dat deed ie wel. (…)436 V2: Wat heeft ie je verteld over waar hij sliep bijvoorbeeld? AS: Eh in een vluchtelingenkamp in een tent. En hij vond het geen pretje. Eh ja, gewoon in de tenten. Zolang je in trainingskamp, ben je gewoon in een aan, in een tent te slapen. En ik heb het ook gehoord als je daar aan de straat, strijd mee, dat jij geld krijgt om de huur te betalen, een lening te krijgen.437 16.18 Getuige 1’s verklaring over Jordi de Jong komt spontaan tot stand; hij komt op de vraag of hij mensen kent die uit Syrië zijn teruggekomen zelf met de naam van Jordi de Jong en hij komt ook zelf met de mededeling in Syrië dat Jordi de Jong in een trainingskamp is geweest. Opvallend is verder dat hij een aantal details over dat kamp en de omstandigheden aldaar verstrekt, details waarvan de rechtbank zich onmogelijk kan voorstellen dat je deze kunt verzinnen zonder daarover met de persoon die aldaar heeft verbleven, te hebben gesproken. Van belang is verder dat de verklaring van Getuige 1 deels ook ontlastend is voor Jordi de Jong; zo verklaart Getuige 1 dat Jordi de Jong in Syrië níet aan de strijd heeft deelgenomen. De verklaring van Getuige 1 bevat voorts details die overeenstemmen met hetgeen Jordi de Jong zelf heeft verklaard, bijvoorbeeld over de duur van zijn verblijf in Syrië. De rechtbank acht deze verklaring van Getuige 1 dan ook betrouwbaar en zal ook deze bezigen voor het bewijs. In dit verband merkt de rechtbank nog op dat het opvallend is dat elementen uit de verklaring van Getuige 1 terugkomen in de verklaring die Jordi de Jong op 16 mei 2013, kort na zijn terugkeer uit Syrië, als getuige bij de politie heeft afgelegd. Jordi de Jong heeft toen – onder meer – verklaard dat hij in Syrië in een vluchtelingenkamp in tenten heeft geslapen. Weliswaar heeft Jordi de Jong ter terechtzitting verklaard dat de bij de politie afgelegde verklaring voor het overgrote deel niet op waarheid berust, maar de rechtbank sluit bepaald niet uit dat hij een deel van dit verzonnen verhaal ook aan Getuige 1 heeft verteld. Een en ander versterkt naar het oordeel van de rechtbank de betrouwbaarheid van de verklaring van Getuige 1. 16.19 Dat de verklaringen van Getuige 1, zoals de verdediging heeft betoogd, niet gebaseerd zijn op eigen wetenschap, maar voortkomen uit de berichtgeving van de NOS over Jordi de Jong, volgt de rechtbank niet. Uit hetgeen in het dossier over die berichtgeving wordt vermeld, volgt niet dat Jordi de Jong aan de NOS heeft verteld dat hij in een trainingskamp heeft verbleven, wat daar zou zijn gebeurd en wat hij daar zou hebben gedaan. Dat Jordi de Jong niet in de winter in Syrië zou zijn geweest, zoals Getuige 1 heeft verklaard, volgt de rechtbank evenmin; hij vertrok immers in februari. 16.20 Betrokkene 16 (de weduwe van Betrokkene 5) heeft op 31 januari 2014 tegen een politieagent gezegd dat Jordi de Jong, die zij goed kent, naar Syrië is gereisd ‘om daar te vechten’.438 Op 2 oktober 2014 is zij door de politie als getuige gehoord. Anders dan de verdediging meent, heeft Betrokkene 16 bij die gelegenheid haar verklaring van 31 januari 2014 niet teruggenomen; ze verklaarde alleen, althans zo begrijpt de rechtbank haar, dat ze zich niet meer kon herinneren wat ze bij de politie had gezegd.439 Ook de verklaring van Betrokkene 16 zal de rechtbank daarom voor het bewijs gebruiken. 16.21 De verklaringen van Getuige 2, Getuige 1 en Betrokkene 16 liggen in lijn met elkaar. De verklaringen van Jordi de Jong volgen deze verklaringen ook goeddeels, maar haaks op die verklaringen staat zijn verklaring dat hij niet heeft deelgenomen aan militaire trainingen. De rechtbank acht de verklaring van Jordi de Jong op dit punt, gelet op de verklaringen van Getuige 2, Getuige 1 en Betrokkene 16, niet geloofwaardig. Dat de moeder van Jordi de Jong ook heeft verklaard dat Jordi de Jong geen militaire training heeft gevolgd, maakt dit niet anders, nu deze verklaring uitsluitend gebaseerd is op hetgeen zij van Jordi de Jong heeft gehoord. De verklaring van zijn moeder legt om die reden onvoldoende gewicht in de schaal. Conclusie c) en d) 16.22 Op basis van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, alle in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat Jordi de Jong niet alleen het voornemen had om zich in Syrië in de gewapende jihadstrijd te mengen en hij om die reden informatie over de reis naar dat land heeft ingewonnen, maar hij dit voornemen ook heeft uitgevoerd door in een trainingskamp van de (jihadistische) strijdgroep ‘Mujahideen Shura Council’ deel te nemen aan ideologische en militaire trainingen. 16.23 De hiervoor opgesomde handelingen van Jordi de Jong leiden ook tot de conclusie dat hij het oogmerk had de ten laste gelegde delicten moord en doodslag en het teweegbrengen van ontploffingen te begaan. Ten slotte 16.24 Op deze plaats merkt de rechtbank reeds op dat zij op basis van de verklaringen van Jordi de Jong zelf, van zijn moeder en van Getuige 2, aannemelijk acht dat Jordi de Jong al vrij snel nadat hij in het trainingskamp was gearriveerd, spijt heeft gekregen van zijn impulsieve beslissing om in Syrië te gaan strijden en in dat kamp met tegenzin aan in elk geval militaire trainingen heeft deelgenomen. Dit zijn omstandigheden waaraan de rechtbank een groot gewicht zal toekennen bij het bepalen van de strafmaat. Organisatie in Nederland 18.7 De getuige-deskundige De Koning heeft verklaard dat hij de verdachten niet tot een strak geleide organisatie zou rekenen, maar tot een netwerk van mensen die door overeenkomsten in ideologie en vriendschapsbanden, bij elkaar kwamen en deelnamen aan specifieke acties en activiteiten.542 Hij beschouwde Azzedine C. , Rudolph H., Oussama C. en Soufiane Z. in de periode van na de zomer van 2012 tot en met de zomer van 2014 als de inner circle van dit netwerk.543 Dit heeft hij gebaseerd op zijn gesprekken die hij afzonderlijk en gezamenlijk met hen heeft gehad. De inner circle betrof mensen die veel met elkaar optrokken en, vaak in een voorstadium, overlegden over activiteiten. Ook waren zij vaak initiatiefnemer of een van de eersten om hun boodschap te verspreiden en activiteiten bekend te maken.544 De Koning beschrijft Azzedine C. en Rudolph H. als de personen met voortdurend initiatief en overwicht.545 De Koning had de indruk dat Oussama C. ook bij het overleg betrokken was, maar niet als initiatiefnemer. Soufiane Z. zei altijd dat als ze een goede spreker wilden, ze Oussama C. moesten vragen.546 Er werd door anderen ook over Oussama C. gesproken als hun spreker, als hun vaste jongen, en hij werd gezien als een van de gezichten van de groep.547 Oussama C. was iemand de ze er graag bij hadden.548 Er was ook een outer circle, maar deze varieerde sterk: er zijn mensen bijgekomen en afgehaakt.549 Moussa L. behoorde daartoe, net zoals aanvankelijk ook Jordi de Jong. De Koning heeft dit afgeleid aan het feit dat Moussa L. vaak bij activiteiten aanwezig was.550 18.8 De rechtbank overweegt dat uit de woorden van De Koning blijkt dat er een – in juridische zin – sprake is geweest van een organisatie, waarbij over een langere periode innige samenwerking heeft bestaan tussen in ieder geval de vaste kern van initiatiefnemers Azzedine C. , Rudolph H. en Soufiane Z.. In juridische zin kunnen van de verdachten ook Oussama C. , Moussa L. en Jordi de Jong als behorend tot het netwerk tot de organisatie worden gerekend. De analyse van De Koning, die hij op basis van zijn eigen waarnemingen heeft getrokken, wordt naar het oordeel van de rechtbank ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier. 18.9 Zo heeft Azzedine C. op 12 januari 2012 Stichting ingeschreven bij de Kamer van Koophandel,551 met als bestuursleden Betrokkene 33552 (voorzitter), Azzedine C. 553 (secretaris) en Jordi de Jong554 (penningmeester).555 De stichting werd door Rudolph H. op 2 mei 2012 in een brief aan een geestverwant omschreven als een overkoepelende stichting die hun gezamenlijke al langer bestaande initiatieven (uit Stichting 1 voortgekomen) Stichting 2 en Stichting 3 faciliteerde. De websites van Stichting 3 en Stichting 2 stonden ook op naam van Stichting.556 De stichting had tevens een apart draaiend Team Media dat de video’s, flyers, audio en website beheerde.557 Stichting hield zich bezig met het onderwijzen van Arabisch, Qur’an, aqidah, ulum al Qur’an aan broeders en kinderen in Den Haag en omgeving en hield zich bezig met het voorzien van studiemateriaal. 18.10 Voor al hun activiteiten huurden zij een pand in Den Haag. Dit bood hun de mogelijkheid om te bidden, te studeren en gezamenlijk te eten.558 Dit pand aan de Adres in Den Haag werd vanaf 1 april 2012 tot eind 2012 door Azzedine C. namens Stichting gehuurd.559 De Koning schrijft in zijn rapport dat het pand al snel een hangplek werd voor diverse mannen uit het door hem onderzochte netwerk en ook werd gebruikt voor lezingen.560 Het eigen pand gaf de Haagse activisten ook de mogelijkheid om onder elkaar te zijn. Ze hoefden niet meer naar de moskeeën om lezingen te geven of bij te wonen, maar konden dat nu in eigen kring doen.561 Uit het dossier blijkt dat er in ieder geval lezingen waren georganiseerd met op 24 juni 2012 als spreker Betrokkene 41,562 met op 21 juli 2012 als spreker Betrokkene 42,563 met op 1 september 2012 als spreker Abu Yazied (Oussama C. ), met op 8 september 2012 als spreker Abou Moussa (Azzedine C. ) en met op 6 oktober 2012 als spreker Betrokkene 43.564 Verder lijken ook Soufiane Z.,565 Rudolph H. 566 en Moussa L.567 een lezing te hebben gegeven. Azzedine C. heeft over de lezingen gezegd dat deze islamitische onderwerpen betroffen.568 18.11 Azzedine C. , Rudolph H. en Moussa L. hebben ter terechtzitting aangegeven min of meer vaste bezoekers te zijn geweest van de Adres. Oussama C. en Jordi de Jong hebben verklaard dat zij een enkele keer in het pand zijn geweest.569 Azzedine C. heeft in zijn Commentaar op het Zaaksdossier Organisatie verder aangegeven dat Hatim R., Betrokkene 13 en Betrokkene 12 in het pand kwamen en Betrokkene 11 en Betrokkene 10 wel eens in het pand zijn geweest.570 Ter terechtzitting heeft Azzedine C. verklaard ook sterk het vermoeden te hebben dat Betrokkene 4 wel eens op de Adres is gekomen.571 Uit het dossier blijkt verder dat ook Betrokkene 43,572 Betrokkene 33, Betrokkene 44, Soufiane Z.,573 Betrokkene 45,574 Betrokkene 46575 en Betrokkene 47576 (tijdens lezingen) in het pand kwamen. Ter financiering van het pand droegen sommige bezoekers maandelijks een bepaald bedrag af. Ook vroeg Azzedine C. aan de bezoekers van lezingen een bijdrage. Er waren geschreven en ongeschreven regels hoe de bezoekers zich in en bij het gebruik van de faciliteiten van het pand dienden te gedragen.577 18.12 Aan het vanuit Stichting gefaciliteerde samenwerkingsverband Stichting 3 deden Azzedine C. , Rudolph H., Betrokkene 43, Betrokkene 12, Moussa L., Hatim R., Betrokkene 47, Betrokkene 45, Betrokkene 46 en Betrokkene 50 mee.578 Azzedine C. heeft in zijn Commentaar op het Zaaksdossier Organisatie verder aangegeven dat Betrokkene 13 ook bij Stichting 3 betrokken was.579 Uit het dossier blijkt dat ook Betrokkene 48 aan de activiteiten van Stichting 3 heeft meegedaan.580 De activiteiten van Stichting 3 hebben in het publieke domein plaatsgevonden tot in ieder geval juli 2012.581 De activiteiten van Stichting 3 bestonden uit het verrichten van da’wah, het uitnodigen naar (meer begrip voor) de islam.582 18.13 Daarnaast werden er demonstraties georganiseerd door het eveneens door Stichting gefaciliteerde samenwerkingsverband Stichting 2 . In het kader van Stichting 2 werden demonstraties georganiseerd om onder meer te protesteren tegen de detentie van moslimgedetineerden in Marokko, Nederland en België en tegen de film “Innocence of Muslims”.583 Deze demonstraties werden onder meer bijgewoond door Azzedine C. , Betrokkene 43, Rudolph H., Betrokkene 12, Betrokkene 47, Moussa L., Hatim R., Betrokkene 10, Soufiane Z.,584 Betrokkene 44, Abdellah Betrokkene 13, Betrokkene 33,585 Betrokkene 49586 en Betrokkene 46.587 De activiteiten van Stichting 2 hebben plaatsgevonden tot december 2013.588 18.14 Nadat er een einde was gekomen aan de huur van de Adres hadden de (in Nederland achtergebleven) bezoekers nog regelmatig contact met elkaar. Zo heeft Hatim R. op 15 mei 2013 de woning van Azzedine C. bezocht, alwaar ook Rudolph H. zich bevond589 en werd op 11 juli 2013 Soufiane Z. waargenomen in het gezelschap van Moussa L. en Rudolph H. .590 Uit registraties van de politie blijkt dat Azzedine C. en Betrokkene 1 op 16 juni 2013 in gezelschap waren van .591 Ook werden er bijeenkomsten georganiseerd, waar gezamenlijk werd gebarbecued en gevoetbald, zoals op 26 mei 2013, 1 september 2013 en 21 september 2013 bij Sporthal ’t Zandje en op 8 september 2013 aan de Hondiusstraat. Op 26 mei 2013 en 8 september 2013 werd (door Oussama C. ) ook een korte islamitische lezing gehouden, die op 8 september 2013 in ieder geval ook betrekking had op de strijd in Syrië.592 Op 1 en 8 september 2013 werd ook de ISIS-vlag (de rechtbank begrijpt: de zegelvlag) getoond.593 Deelnemers aan deze bijeenkomsten waren onder meer Oussama C. , Azzedine C. ,594 Soufiane Z., Rudolph H., Moussa L., Betrokkene 35 Betrokkene 6, Betrokkene 50,595 Betrokkene 46, Betrokkene 43,596 Betrokkene 5, Betrokkene 7597 en Betrokkene 51.598 18.15 Ook ontmoetten enkelen van hen elkaar bij Snackbar Frankies. Uit een tapgesprek van 2 oktober 2013 kan worden afgeleid dat Soufiane Z. samen met Betrokkene 1 en Azzedine C. de dag ervoor bij Frankies had gezeten.599 Op 13 februari 2014 werd door de wijkagenten vastgelegd dat zij regelmatig Azzedine C. , Betrokkene 1 en Betrokkene 52 bij Frankies zagen praten en/of eten. Op 26 juni 2014 werd Betrokkene 1 wederom aangetroffen bij Frankies in het gezelschap van Betrokkene 53, Betrokkene 54, Betrokkene 55, Betrokkene 51 en Betrokkene 56.600 Ook Jordi de Jong en Oussama C. hebben verklaard bij Frankies bijeen te zijn gekomen.601 8.16 Uit de gevorderde historische telefoongegevens blijkt bovendien dat Azzedine C. , Soufiane Z., Rudolph H., Oussama C. , Betrokkene 1, Jordi de Jong en Moussa L. in de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 juli 2014 het hieronder afgebeelde aantal telefonische contacten met elkaar hebben gehad. Azzedine C. Soufiane Z. Rudolph H. Oussama C. Kharbachi Jordi de Jong Moussa L. Azzedine C. 479 236 29 139 x 169 Soufiane Z. 479 115 23 423 90 5 Rudolph H. 236 115 x 25 x x Oussama C. 29 23 x 9 25 2 Kharbachi 139 423 25 9 x 30 Jordi de Jong x 90 x 25 x x Moussa L. 169 5 x 2 30 x 18.17 In de periode dat de telefoons van Soufiane Z. (12 juli 2013 tot 14 januari 2014), Azzedine C. (24 februari 2014 tot 15 juli 2014), en Oussama C. (29 november 2013 tot 25 juni 2014) werden getapt, hebben de verdachten het hieronder afgebeelde aantal telefonische contacten met elkaar gehad. Azzedine C. Soufiane Z. Rudolph H. Oussama C. Kharbachi Jordi de Jong Moussa L. Azzedine C. 272 60 4-8 22 x x Soufiane Z. 272 100 50 303 x 5 Rudolph H. 60 100 x x x x Oussama C. 4-8 50 x 22 28 2 Kharbachi 22 303 x 22 x x Jordi de Jong x x x 28 x x Moussa L. x 5 x 2 x x 18.18 De politie heeft hierbij tevens geconstateerd dat Soufiane Z. het meest contact had met Betrokkene 1 en Azzedine C. . Dit contact was vrijwel dagelijks.602 18.19 Voor het verder uitbouwen van het verrichten van da’wah is in april 2014 gestart met Project DawaH. Dit project heeft geduurd tot juni 2014. In het kader van dit project werd geflyerd.603 Uit de omstandigheden dat hij de uitnodiging heeft gestuurd voor de eerste bijeenkomst voor Project Dawah,604 deze bij hem thuis was en hij ter voorbereiding daarop een powerpointpresentatie heeft gemaakt en het eerste verslag heeft rondgemaild,605 leidt de rechtbank af dat Azzedine C. daarin wel degelijk een aanjagende rol heeft gehad. Oussama C. werd als emir van Project Dawah verkozen. Andere deelnemers van Project Dawah waren onder meer Moussa L., Jordi de Jong,606 607 Ilias Geurtsen,608 Abdoul Nour el Ousrouti en Betrokkene 56.609 Vertrek van een aantal groepsleden: organisatie in Syrië 18.20 In december 2012 zijn Betrokkene 13 en Betrokkene 12 naar Syrië afgereisd.610 In januari tot en met maart 2013 kregen zij navolging van bezoekers van de Adres Betrokkene 33, Betrokkene 11, Betrokkene 10 en Jordi de Jong. Later zijn ook de aan de Adres of de daaruit gefaciliteerde stichtingen te relateren Hatim R., Betrokkene 4, Betrokkene 44, Soufiane Z., Betrokkene 50, Betrokkene 47, Betrokkene 48 en Betrokkene 49 naar Syrië afgereisd.611 De Koning heeft verklaard dat hij van Soufiane Z. had begrepen dat de uitreizigers ervaringen uitwisselden over wat zijn in Syrië meemaakten.612 Ook heeft hij gezegd dat het thuisfront aanvankelijk (tot halverwege 2013) wist bij welke groepering de uitreizigers zich hadden aangesloten.613 18.21 De rechtbank is hiervoor al tot de conclusie gekomen dat Hatim R. uiterlijk eind mei 2013 is uitgereisd naar Syrië en daar sindsdien heeft deelgenomen aan de gewapende jihadstrijd. Hij stond daar in nauw contact met onder meer Anis Z. en Hicham el O., die ook aan de strijd deelnamen. Hatim R. had tevens contact met Betrokkene 33,614 terwijl Anis Z. ook weer gebruik maakte van de telefoon van Betrokkene 10.615 18.22 Zowel Hatim R. als Anis Z. en Hicham el O. onderhielden ook afzonderlijk intensief (telefonisch) contact met Soufiane Z.. In onderlinge contacten gaven zij onder meer boodschappen aan elkaar door, bezochten zij andere strijders en bewaarden zij voorwerpen voor en verstrekten zij voorwerpen aan elkaar, waaronder ook een laptop van Soufiane Z. en een camera van Azzedine C. . Tevens is gebleken dat Soufiane Z. ook communiceerde via “conceptmails” en door het “praten via internet”. Uit het Skype-account van Soufiane Z. blijkt dat hij onder meer Betrokkene 33, Anis Z., Hatim R., Rudolph H., Hicham el O. en Betrokkene 19 als contact had.616 18.23 Uit het dossier blijkt verder dat ook Azzedine C. contact onderhield met hen die naar Syrië waren vertrokken. Azzedine C. heeft zich immers in de media niet alleen opgeworpen als woordvoerder van de Syriëgangers,617 maar ook ter terechtzitting verklaard dat hij inderdaad een groot aantal Syriëgangers kende. Zijn in de media gedane uitspraak dat de Nederlandse Syriëgangers een hechte groep vormden, had hij ook van henzelf gehoord.618 Concreet kan worden vastgesteld dat hij met Betrokkene 10, Betrokkene 12619 en Betrokkene 13620 contact heeft gehouden toen zij in Syrië waren en daar deelnamen aan de gewapende strijd. Dit laatste wordt bevestigd door de Skypehistorie op de bij Azzedine C. in beslag genomen iPad.621 Uit deze Skypehistorie blijkt tevens dat er met die iPad contact is geweest met Betrokkene 33.622 Ook Hatim R. heeft op een gegeven moment vanuit Syrië gevraagd om zijn telefoonnummer aan Azzedine C. te geven en aangegeven dat hij hem wilde spreken.623 18.24 Bovendien heeft Azzedine C. contact gehad met Hicham el O. toen deze in Syrië verbleef. De verklaringen van Azzedine C. en Hicham el O. dat zij onderling geen contact hadden, acht de rechtbank namelijk ongeloofwaardig, nu de contactpersoon “aburedouan1985” voorkwam in het Skype-account van Azzedine C. .624 Bovendien zijn met de iPad van Azzedine C. onder het Skype-account van Soufiane Z. gesprekken gevoerd met Hicham el O..625 Een aanwijzing dat Soufiane Z. toen niet alleen was, kan worden gevonden in het bericht van Soufiane Z. van 29 mei 2013 om 16:01 uur vanaf de iPad van Azzedine C. waarin wordt gezegd dat hij bij broeders is, terwijl er nog geen acht minuten daarna contact werd gezocht met Betrokkene 33 en Hicham el O..626 Daar komt nog bij dat in een tapgesprek tussen Soufiane Z. en Betrokkene 21 wordt aangegeven dat Hicham el O. een camera van Azzedine C. in zijn tas had zitten,627 Soufiane Z. in telefoongesprekken met Hicham el O. aan Abu Moussa refereerde628 en Azzedine C. Hicham el O. de groeten deed toen Soufiane Z. met hem aan de lijn was.629 18.25 Oussama C. heeft terechtzitting aangegeven dat hij in een Whatsappgroep zat met Hatim R. en hij hem ook een lezing heeft gestuurd.630 Moussa L. zat ook in deze groepsapp. Oussama C. heeft tevens telefonisch contact gehad met Betrokkene 4 toen deze in Syrië verbleef.631 18.26 In december 2013 is ook Soufiane Z. afgereisd naar Syrië.632 Uit het dossier volgt dat hij ook daarna nog (telefonisch) contact heeft gehouden met in ieder geval Azzedine C. en Rudolph H. .633 Hiervoor is al overwogen dat Soufiane Z. in 2014 in Syrië in contact stond met in ieder geval Hatim R., Anis Z. en Betrokkene 33. Tussenconclusie: gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband 18.31 Uit het voorgaande ontstaat het beeld van een groep met een duurzame vaste kern bestaande uit Azzedine C. , Rudolph H. en Soufiane Z. die het initiatief namen voor en overleg voerden over hun activiteiten. De activiteiten hadden in zoverre hetzelfde doel dat ze op een of andere manier bezig waren met (het verspreiden van) de islamitische boodschap658 en de strijd in Syrië. Hun geloof en gezamenlijke opvattingen brachten hen zowel fysiek als virtueel bij elkaar waarbij zij in georganiseerd verband activiteiten organiseerden, zoals het doen van da’wah, het organiseren van demonstraties, het verzorgen van lezingen en het houden van bijeenkomsten. Deze activiteiten trokken een wisselende groep aan geloofsgenoten, zoals onder meer Oussama C. , Hatim R., Moussa L. en Jordi de Jong. De groep had tevens contact met hun naar Syrië uitgereisde groepsleden, waaronder Hatim R. en later Soufiane Z.. Met deze en andere Syriëgangers met wie Hatim R. en Soufiane Z. samenwerkten, zoals onder meer Hicham Hicham el O. en Anis Z., wisselden zij informatie uit, die ook weer werd gebruikt bij het opzetten en versterken van elkaars activiteiten op internet, met name op sociale media. 18.32 De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat er, zij het in soms wisselende verbanden, mede doordat sommigen naar Syrië reisden – waarvan een aantal terugkeerde en een aantal aldaar kwam te overlijden – in de periode vanaf 1 januari 2012 tot en met september 2014 sprake is geweest van een duurzaam samenwerkingsverband. Hoewel de soms wisselende verbanden en verandering van rollen maakten dat er sprake was van een lossere vorm van samenwerking, ontleende de organisatie zijn structuur aan haar vaste kern, bestaande uit Azzedine C. , Soufiane Z. en Rudolph H., die gedurende de gehele ten laste gelegde periode veelvuldig en op geordende wijze met elkaar hebben samengewerkt. Aldus is er sprake geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband en daarmee van een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr. 18.33 De rechtbank merkt op dat Oussama C. pas voor het eerst in beeld komt in mei 2013 en op 24 juni 2014 is opgepakt. Voor Jordi de Jong geldt dat hij niet bij de groep betrokken was voor het einde van 2013. Zijn enkel papieren functie bij Stichting en een sporadisch bezoek aan de Adres, zonder concrete deelname aan (online) activiteiten, zijn daarvoor niet voldoende. Ook Anis Z. en Hicham el O. zijn voor mei 2013 niet bij de organisatie in beeld. Dit geldt voor Hicham el O. ook voor de periode na augustus 2013. De rechtbank heeft ook niet kunnen vaststellen dat Anis Z. na november 2013 nog met de organisatie heeft samengewerkt. Dit betekent dat Oussama C. , Jordi de Jong, Hicham el O. en Anis Z. voor en na de genoemde periodes niet tot het samenwerkingsverband kunnen worden gerekend. 22 De strafoplegging Algemene overwegingen 22.1 Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachten, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. 22.2 Hierbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 22.3 Zoals hiervoor in dit vonnis kort is beschreven, heeft het regime van president Assad op uiterst gewelddadige wijze geprobeerd vreedzame protesten de kop in te drukken. Verzet tegen dit dictatoriale regime ontmoette dan ook in Nederland in brede kring sympathie. 22.4 Dat geldt niet voor het deelnemen aan jihadistische terroristische strijdgroepen. Het doel wat hen voor ogen staat is naast het verjagen van het regime Assad ook het vestigen van een islamitische staat, waarin de rechten van andersdenkenden – christenen, joden, sjiieten, alawieten en ook niet fundamentalistische soennieten – op zeer gewelddadige wijze worden geschonden. Door deze strijdgroepen worden op grote schaal ernstige mensenrechtenschendingen begaan, zoals standrechtelijke executies, moord, marteling, deportatie, verminking en verkrachting van krijgsgevangenen en burgers. Veel van de hierboven beschreven misdaden van de jihadistische strijdgroepen stonden in geen enkele relatie tot de strijd tegen het leger van president Assad, maar kwamen voort uit de godsdienstig gemotiveerde wens van deze groepen hun radicale versie van de sharia op een gewelddadige wijze op te leggen aan de burgerbevolking van de door hen veroverde gebieden. Veel van deze misdaden werden bovendien gepleegd met het uitdrukkelijke doel de bevolking in deze gebieden vrees aan te jagen. Daarmee zijn het ontegenzeggelijk terroristische misdrijven. 22.5 In de Haagse Schilderswijk is in de periode van 2012 tot medio 2014 een organisatie actief geweest die zich (naast een aantal legale activiteiten) heeft bezig gehouden met het opruien en werven van jonge mensen voor het deelnemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië en het faciliteren van Jordi de Jong eren die met dat doel naar Syrië wilden afreizen. De organisatie heeft op grote schaal bijgedragen aan een klimaat waarin jongeren zich geroepen voelden te vertrekken naar Syrië om aldaar deel te nemen aan de strijd. Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van de invloed van social media op de huidige generatie. Met een bombardement aan berichten vol propaganda, verheerlijking van de gewapende strijd en het martelaarschap, indirecte en soms zelfs directe oproepen werden de geesten rijp gemaakt voor de radicale opvatting dat het deelnemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië een individuele verplichting is voor elke moslim. Een aanzienlijk deel van de groep uitreizigers betrof kwetsbare, beïnvloedbare jongeren, die psychisch minder weerbaar waren en daarmee vatbaar voor de radicale denkbeelden van de ronselaars. Het opruien gebeurde professioneel en georganiseerd, waarbij goed werd opgelet om bij de legale activiteiten binnen of op de grenzen van de wet te opereren. 22.6 In genoemde periode zijn tientallen Haagse jongeren afgereisd. Deze jongeren zijn grotendeels terecht gekomen bij de terroristische organisaties ISIS en Jabhat al-Nusra. Verschillende van hen zijn inmiddels in de gewapende strijd omgekomen, hetgeen tot onmetelijk leed heeft geleid bij de nabestaanden. Een en ander leidde tot onrust in de Schilderswijk en grote ongerustheid bij ouders van moslimjongeren. Veel ouders vroegen zich vertwijfeld af of hun kind de volgende zou zijn die ging afreizen. 22.7 De rechtbank merkt hier nogmaals op dat de burgers in Syrië een gerechtvaardigd verzet voerden tegen het abjecte regime van Assad. Hun revolutie is echter gekaapt door groeperingen die met hun extremistische opvattingen de burgerbevolking hebben geterroriseerd, door andersdenkenden te verjagen of te vermoorden. Op Nederland rust de internationale verplichting om terrorisme te bestrijden, ook als dat in een ander land plaatsvindt. Zoals hiervoor overwogen is het deelnemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië een terroristisch misdrijf. Het afreizen naar Syrië met dat doel moet daarom ontmoedigd worden. Jordi de Jong 22.21 Jordi de Jong behoorde niet tot de ronselorganisatie, maar is wel afgereisd naar Syrië om zich daar te vestigen en deel te nemen aan de gewapende strijd. Hij kwam er al snel achter dat de benodigde gevechtstrainingen aan hem niet waren besteed en wist na korte tijd terug te keren. Na zijn terugkeer heeft hij informatie verstrekt aan de AIVD. De rechtbank zal dit meewegen in de op te leggen straf. 22.22 Uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. 22.23 De rechtbank heeft acht geslagen op het advies d.d. 10 april 2015 van Reclassering Nederland, waarin – kort gezegd – een uitgebreid reclasseringstoezicht wordt geadviseerd. 22.24 Verder heeft de rechtbank acht geslagen op een rapport psychiatrisch onderzoek d.d. 8 september 2015, een rapport psychologisch onderzoek d.d. 9 september 2015 en een rapport milieuonderzoek d.d. 9 september 2015. De psychiater adviseert verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank neemt dit advies over. Het grootste risico op herhaling bij verdachte ligt in zijn grote beïnvloedbaarheid, zijn sterke behoefte aan houvast en duidelijkheid met duidelijke leefregels, en zijn gebrekkige maatschappelijke inbedding, alsmede de neiging obsessies te ontwikkelen. Daarom wordt een ambulante behandeling geadviseerd door een coach met kennis van autisme spectrum stoornis problematiek. 22.25 Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank zal een deel daarvan voorwaardelijk opleggen, teneinde verdachte ervan te doordringen dat hij herhaling dient te voorkomen. Strafoplegging 22.52

De rechtbank veroordeelt Jordi de Jong tot een gevangenisstraf van 155 dagen, gelijk aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, en daarnaast zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank verbindt hieraan de bijzondere voorwaarden dat Jordi de Jong geen contact zal hebben met de medeverdachten in deze zaak. Daarnaast zal de rechtbank reclasseringstoezicht opleggen zoals geadviseerd. 22.53 De rechtbank heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis.

 

1 ping

  1. Delftse Jihad Jordi doet van zich spreken » Onafhankelijk Delft

    […] column “Delftse Jihad Jordi veroordeeld voor deelname gewapende strijd” had ik eerste Kerstdag […]

Reacties zijn uitgeschakeld.